Vriendschapsknoop

De das die bij het uniform hoort kun je op twee manieren vastmaken. Met een dasring of met de vriendschapsknoop. Omdat een dasring nog wel eens kwijtraakt gebruiken wij binnen de Graaf Otto Groep vaak de vriendschapsknoop.

Waarvoor gebruik je deze knoop?

Deze knoop gebruiken wij in onze das. De vriendschapsknoop verbeeldt vier handen die elkaar bij de pols beet hebben. Stevig vasthebben voor een stevige vriendschap. Wij vinden deze knoop heel goed bij onze groep passen. Als teken van vriendschap en saamhorigheid.

Hoe maak je deze knoop?

Volg de afbeeldingen om de vriendschapsknoop te maken.

Stap 1

Stap 1

Stap 2

Stap 2

Stap 3

Stap 3

Stap 4

Stap 4

Stap 5

Stap 5

Stap 6

Stap 6

Driepootsjorring

Algemeen

Met de achtvormige sjorring kun je 3 of 4 palen verbinden. Deze palen vormen samen met elkaar
een 3- of 4-poot. Dit is erg makkelijk om een stevig torentje te maken.

Hoe maak je deze sjorring?

  1. Voordat je begint te knopen leg je eerst de balken allemaal naast elkaar met de dikke kant ‘naar onder’ en zorgt ervoor dat ze aan de onderkant gelijk liggen. Gebruik een hulppaaltje om te zorgen dat de palen een stukje van de grond af komen en om het knopen makkelijker te maken.
  2. Maak een mastworp op één van de buitenste palen (paal 1).
  3. Haal dan het touw vervolgens afwisselend over en onder de palen door. (net zoals bij vlechten)
  4. Doe dit 3 keer.
  5. Leg dan 3 keer een woeling tussen de palen in: eerst tussen paal 1 en 2, dan tussen paal 2 en 3.
  6. Eindig met een mastworp om paal 3, aan de andere kant van de knoop dan waar de mastworp zit waarmee je begonnen bent. (dus als je mastworp waarmee je begonnen bent onder zit, maak je de mastworp om de sjorring af te maken aan de bovenkant van de palen.)
  7. Zet de palen rechtop en trek ze uit elkaar. Gaat dit moeilijk? Goed zo, want dan zit de knoop stevig! Draai vervolgens de middelste paal om een buitenste paal heen en steek deze tussen de buitenste palen weer terug zodat de buitenste palen op de middelste paal rusten. Zo staat de toren nog eens extra stevig.

Kruissjorring

Algemeen

Hier begint het echte werk. Als je deze sjorring onder de knie hebt kun je de meeste grote bouwwerken in elkaar zetten. Je gebruikt de kruissjorring om twee palen dwars op elkaar vast te zetten in de vorm van een kruis (tja, de naam verraadde het al). Het is de bedoeling dat je de twee palen nadat de sjorring is aangebracht niet meer ten opzichte van elkaar kunnen bewegen en er zware lasten op kunnen rusten.

Hoe maak je deze sjorring?

  1. Begin met een mastworp op de dragende/staande/verticale paal.
  2. Haal het uiteinde om de steunende/liggende/horizontale paal heen en vervolgens weer om de dragende paal heen. Het touw kruist zichzelf niet, maar is netjes horizontaal of verticaal om de paal geslagen. Het touw gaat dus NOOIT diagonaal bij de kruissjorring!
  3. Herhaal dit 3x. Let op dat bij de steunende/liggende/horizontale paal het touw steeds aan de binnenkant komt te liggen. Bij de dragende/staande/verticale paal komt het touw steeds aan de buitenkant te liggen.
  4. Haal dan het touw tussen de palen door. Zo worden de slagen stevig aangetrokken. Doe dit 3x. Dit heet: woelen. Trek bij elke woeling het touw stevig aan.
  5. Leg ten slotte twee halve steken of een mastworp om de steunende/liggende paal om te zorgen dat de kruissjorring goed blijft zitten. Het touw mag nu NIET meer loszitten! Als dat wel zo is moet je nog eens opnieuw woelen en steviger aantrekken.

Magnussteek

De mastworp met voorslag kun je ook gebruiken om een touw vast te zetten op een paal, o.i.d. Deze knoop is meer betrouwbaar dan de mastworp. Je slaat het touw tweemaal om de paal heen en breng dan het uiteinde schuin over deze twee slagen heen. Maak vervolgens weer een slag om de paal en steek het uiteinde tenslotte onder de laatste slag door.

Mastworp

Algemeen

Een belangrijke knoop die je heel veel zult gebruiken is de mastworp. Veel sjorringen kun je heel goed beginnen met de mastworp en je vindt hem dan ook in veel bouwwerken terug. Met een mastworp maak je dus een touw aan een paal vast om er nog een veel grotere knoop van te maken.

Hoe maak je deze knoop?

  1. Draai het uiteinde om het rondhout heen.
  2. Leg het uiteinde kruislings over zichzelf.
  3. Haal het uiteinde nogmaals om het rondhout heen.
  4. Steek het uiteinde vervolgens onder zichzelf door.
  5. Trek beide uiteinden aan.

Schootsteek

De schootsteek gebruik je om twee touwen van ongelijke dikte aan elkaar te verbinden of om een lijn vast te zetten op een oog in een andere lijn. Maak een bocht in het losse part van het dikste touw. Steek het dunne touw erdoor en sla dan vervolgens om de bocht in het dikke touw heen. Steek tenslotte het dunne touw op de bocht onder zichzelf door.

Paalsteek

De paalsteek gebruik je om aan het eind van een lijn een lus te leggen, die niet schuift. Je legt een bovenhandse lus in het vaste part en steekt daar het losse part doorheen. Je gaat dan achter het vaste part langs en steekt tenslotte het losse part door de lus terug.

Platte knoop

Algemeen

Een van de bekendste knopen is de platte knoop. Het is een knoop die erg geschikt is om twee touwen van gelijke dikte aan elkaar vast te maken, bijvoorbeeld bij een vlag in de vlaggenmast. Let wel op dat de twee uiteinden aan dezelfde kant van de knoop uitsteken. Als dat niet zo is dan spreken we van een ‘oud wijvenknoop’, en dat is een erg onveilige knoop.

Hoe maak je deze knoop?

  1. Leg het linker eind over het rechter eind en haal ‘m er onderdoor naar je toe: links over rechts.
  2. Leg dan ’t uiteinde dat je rechts vasthoudt over het uiteinde in je linkerhand en haal ‘m er onderdoor: rechts over links.
  3. Er ontstaan dan 2 lussen, die in elkaar geschoven zitten.
  4. Trek de uiteinden samen met de touwen tegelijkertijd aan.

Soorten vuur

Er zijn verschillende soorten vuur te maken, afhankelijk van wat je met dat vuur precies wilt doen. Wanneer je het vuur gebruikt om jezelf aan te warmen, kun je een ander soort vuur maken dan wanneer je het gebruikt om je eten op te koken. Hieronder staan een aantal mogelijkheden op een rijtje.

Algemeen

Isolatievuur
Als je de grond niet wilt beschadigen kun je een isolatievuur aanleggen. Dit doe je door een aantal stammen naast elkaar op de grond te leggen en deze met een laag zand te bedekken. Bovenop deze laag zand kun je vervolgens bijvoorbeeld een stervuur of een jagersvuur aanleggen.
Reflectorvuur
Bij een reflectorvuur maak je van stevige natte blokken hout een reflector. De reflector zet je naar de wind toegekeerd zodat de hitte van het vuur word teruggekaatst. Een reflector vuur is heel geschikt om jezelf warm te houden, maar je kunt het ook gebruiken om hout te drogen, vis en vlees te roosteren of een plat brood te bakken.

Koken

Stervuur
Bij een stervuur leg je verschillende dikke, droge balken met de punt in de brandende piramide en schuift ze als ze opbranden steeds verder naar het midden. Hierdoor blijft het vuur heel lang branden. Gebruik voor een stervuur niet te veel hout, er moet namelijk nog wel lucht bij kunnen komen. Als de balken die je gebruikt allemaal ongeveer de zelfde dikte hebben, kun je in het midden van een stervuur makkelijk een pan zetten om in te koken.
Jagersvuur
Bij een jagersvuur leg je twee dikke balken langs de piramide. Aan de kant waar de wind vandaan komt moeten de balken iets verder uit elkaar liggen. Over de balken leg je een kleine laag zand, zodat deze niet zo snel vlam vatten. Over de balken kun je nu een rooster leggen waarop je pannen kunt zetten of vlees kunt roosteren.
Commando- of dakotavuur
Een commando- of dakotavuur is een vuur welke je in een tunnel aanstookt. De opstijgende warme lucht van het vuur uit de ene opening van de tunnel zal koude lucht uit de andere kant van de tunnel aanzuigen. Een commandovuur kun je heel heet stoken, waardoor het heel geschikt is om op te koken en zelfs te frituren.
Vierkantvuur
Vier vers-houten stokjes in een vierkant in de grond drukken. Hierin om en om tondel, aanmaakhoutjes en onderaan aansteken. Bovenop kun je een pan of mok zetten om te koken.
Kuil vuur / Polynesisch vuur
Geschikt voor koken, straalt warmte naar boven. Rond gat graven, plaats stammetjes dicht naast elkaar tegen de wand. Op de bodem van de kuil ontsteekt men een fel vuur. Vuur brandt de stammetjes langzaam op
Kribbevuur
Een hele luxe manier om op houtvuur te koken. Maak twee X-vormige constructies van elk twee palen. Zet ze op een meter uit elkaar in de grond. Maak tussen de twee een bed van palen wat je bedekt met zand, omgekeerde grasplaggen en/of stenen. Leg aan de zijkanten een balk waar het rooster op kan steunen. Je kan nu bij goed en bij slecht weer prachtig stoken.
Greppelvuur / grachtvuur
Graaf een greppel in stevige grond. De pannen steunen op de rand van de greppel of op een rooster. Let erop dat de wind in het vuur blaast. Bij draaiende wind kun je ook een tweede greppel graven zodat je de vorm van een T krijgt.
Kruisvuur
Bestaat uit twee greppels die in kruisvorm uitgestoken zijn. Dit vuur biedt het voordeel dat meerdere potten gelijktijdig op het vuur kunnen staan; omdat dit vuur niet overal even hevig brandt, kookt men op de hete plaatsen, terwijl elders andere gerechten kunnen opgewarmd worden.
Tafelvuur
Bouw een verhoging van een laag stammen of stenen (pionieren kan eventueel ook). Hierop leg je zand, omgekeerde grasplaggen en/of stenen. Leg aan de zijkanten een balk waar het rooster op kan steunen. Je kan nu bij goed en bij slecht weer prima stoken. Let heel goed op dat de tafel stevig genoeg is en niet zomaar in kan storten als iemand er per ongeluk tegenaan loopt!

Licht en warmte

Pagodevuur
Een pagodevuur is een vuur wat vaak gebruikt word voor grote kampvuren. Bij een pagodevuur maak je met grote dikke stammen trapsgewijs een gebouw rondom de piramide gemaakt. Een pagodevuur brand heel erg goed en geeft heel erg veel licht. Het pagodevuur heeft zijn naam te danken aan de oosterse pagodetempels die dezelfde opbouw hebben als een pagodevuur.
Fins/Zweeds houthakkersvuur
Een Nying (Zweeds) of Rakovalkea (Fins) is een vuur wat vroeger vaak gebruikt werd gebruikt door houthakkers en jagers die onder de blote hemel de nacht moesten doorbrengen of als baken voor zeelieden.De meest voorkomende manier om een Fins/Zweeds houthakkersvuur te maken is om twee stammetjes op elkaar te leggen. Tussen deze worden spaanders en droge stokken gestoken die vervolgens aan gestoken worden. Het beste is om de stammetjes zo te leggen dat de wind langs de stammetjes gaat. De gloed van de stammen zorgt een lange tijd voor een zachte gelijkmatige warmte. Een vuistregel voor brandtijd is de lengte van de steel van een bijl per persoon en een cm dikte per uur.

EHBO Insigne

De eisen voor het halen voor het EHBO vaardigheidsinsigne zijn volgens de Scoutquest site. Mogelijk dat je eigen groep nog aanvullende eisen heeft. In ieder geval is het halen van dit insigne geen eenmalige inspanning. Het vereist zich herhalende oefening om op niveau te blijven.

De 5 van de EHBO
1.Let op gevaar!
2.Wat is er gebeurd?
3.Stel gerust
4.Regel deskundige hulp
5.Help slachtoffer ter plaatse

Alarmnummers

In het grootste deel van Europa is 112 het Alarmnummer dat men enkel en alleen belt in geval van nood!!

Er wordt verbinding gemaakt met een alarmcentrale in de buurt van waar je bent. Een medewerker zal vragen stellen over de reden van de alarmering. vervolgens zal de medewerker de hulp diensten, Brandweer, Ambulance of Politie in schakelen of de melder doorschakelen. De melder dient zijn of haar gegevens door te geven of moet aan de “lijn” blijven voor verdere assistentie.

Het bellen van 112 is vrijwel altijd mogelijk ook met mobiele telefoons zonder beltegoed of bereik met hun eigen provider.
Doven en slechthorende bellen met: 0800-8112

Wat gebeurt er als je 112 belt?

Je krijgt iemand aan de lijn, die vraagt wat je nodig hebt:

Als je contact hebt, vragen ze..

Europese landen met 112

Andorra, België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, IJsland, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Macedonië, Monaco, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Oekraïne, Polen, Portugal, Roemenië, San Marino, Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Tsjechië, Turkije, Vaticaanstad, Zweden en Zwitserland.

Andere landen

113 – 118 Italie

000 Australië

111 Nieuw-Zeeland

911 Verenigde Staten en Canada

999 Werkt parallel aan 112 in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Polen

Andere Alarmnummers

Brandblusser

Bij brand; Denk aan je eigen veiligheid en bel 112

Een brandblusser is een apparaat of noodblusmiddel om het vuur van een kleine brand te doven. In een meestal rode metalen cilinder zit een blusstof die naar activering onder hoge druk uit de fles komt. Alle noodblusmiddelen dienen jaarlijks te worden gekeurd op werking en slijtage.

Er zijn verschillende blusstoffen te vinden in brandblussers.

Klasse

Blussers zijn ingedeeld in Klasse. Deze klasse geeft aan wat voor type branden er mee geblust kunnen worden.

Brandklasse A betekent, dat de blusser een blusstof heeft om branden in vaste stoffen te blussen. Vaste stoffen van organische oorsprong: zoals hout, papier, stro, kunststoffen, kolen.
Brandklasse B betekent, dat de blusser een blusstof heeft om vloeistofbranden te blussen, zoals olie, benzine, alcohol, sommige kunststoffen, vetstoffen en bitumen. Blusstoffen die gebruikt worden zijn: Poeder, CO2 en Schuim.
Brandklasse C betekent, dat de blusser een blusstof heeft om gasbranden te blussen, zoals propaan, butaan en aardgas. Blusstoffen die gebruikt worden zijn, CO2 en schuim (Schuim is een natblusser)
Brandklasse D betekent, dat de blusser een blusstof heeft om metaalbranden te blussen. Metaalbranden zijn branden waarbij magnesium, zirkonium, lithium, kalium of natrium betrokken is, en die erg moeilijk, zo niet onmogelijk met de andere klasse brandblussers kunnen worden gedoofd.
Brandklasse E betekent, dat de blusser een blusstof heeft om elektriciteitsbranden te blussen. In 1987 is in Nederland de brandklasse E afgeschaft. De geleerde zijn van mening dat elektriciteit wel een oorzaak van brand kan zijn maar zelf niet brandt.
Brandklasse F betekent, dat de blusser een blusstof heeft om frituurbranden te blussen. Frituurbranden zijn moeilijk te blussen met de andere blusstoffen aangezien er vaak herontsteking kan plaatsvinden. Zodra de temperatuur van olie of vet oploopt tot boven de 320 graden Celsius vindt zelfontbranding plaats en begint het vet of de olie spontaan in brand te vliegen, dus zonder dat er een vlam wordt bijgehouden.

Branddriehoek

voor een vuur zijn drie belangrijke dingen nodig:

De zuurstof en de brandstof zijn het voedsel van het vuur en de ontbrandingstemperatuur is de warmte die nodig is om een brandstof te laten branden. Alle noodblusmiddelen werken op het wegnemen van een van deze drie dingen teneinde het vuur te doven.

Gebruik en Aanschaf

Voor gebruik van een brandblusser is rust en enige oefening nodig. Vraag bij de plaatselijke brandweer of (voor Nederland:) BHV-opleider naar informatie over training.

Een leverancier zal vragen wat er met de blusser geblust gaat worden,

denk aan je materiaal lijst voor een kamp;

Hoe meer informatie je hebt des te beter kan de leverancier een passende blusser adviseren.