Een nieuw virus bij colorectale kankerpatiënten
Onderzoekers zagen een verband tussen de bacterie Bacteroides fragilis en een nieuw ontdekt virus dat zich aan deze bacterie hecht. Dit virus, een bacteriofaag (een virus dat bacteriën infecteert), was nog niet eerder beschreven en komt relatief vaak voor bij mensen met colorectale kanker. Uit een studie waarbij genetische sequencing (DNA-analyse) werd gebruikt om de darmflora samen te stellen, bleek dat het virus twee keer zo vaak werd aangetroffen bij personen met colorectale kanker. Deze belangrijke vondst werd eerst opgemerkt in een kleine groep en daarna bevestigd in een grotere cohortstudie van 877 personen.
Wie zat er achter het onderzoek
Het onderzoek is het resultaat van samenwerking tussen instellingen in Denemarken en Australië, met een bijzondere rol voor het Odense University Hospital in Denemarken. Microbioloog Flemming Damgaard speelt een centrale rol in het onderzoek. Samenwerking tussen deze teams levert nieuwe inzichten op in de complexe wereld van het darmmicrobioom en de rol daarvan voor de gezondheid.
Hoe bacteriën en virussen met elkaar omgaan
De relatie tussen bacterie en virus blijft een raadsel. Microbioloog Flemming Damgaard legt uit dat het niet alleen om Bacteroides fragilis gaat, maar vooral om hoe deze bacterie samenwerkt met het virus dat hij draagt. Hij zegt: “Het is de bacterie in interactie met het virus dat ze draagt.” Die wisselwerking kan verklaren waarom deze bacterie, ondanks dat hij veel voorkomt in een gezonde darm, zo vaak wordt gelinkt aan colorectale kanker.
Dat het nieuwe virus in bacteriën zit, kan wijzen op veranderingen in de darm, maar het is nog onduidelijk of het virus de oorzaak is of juist het gevolg van andere veranderingen. Damgaard benadrukt: “We weten nog niet of het virus een bijdragende oorzaak is, of dat het simpelweg een teken is dat er iets anders in de darm is veranderd.”
Wat dit betekent voor onderzoek en behandeling
Het nieuwe inzicht opent niet alleen paden voor verder onderzoek, maar ook voor mogelijke klinische toepassingen, vergelijkbaar met het experimenteel medicijn dat wordt getest voor prostaatkanker. Die ontwikkeling zit nog in een experimenteel stadium en het kan jaren duren voordat hier praktische toepassingen uit voortkomen, maar de ontdekking biedt hoopvolle mogelijkheden.
Het blijft lastig om de grote complexiteit van het darmmicrobioom volledig in kaart te brengen. Toch levert deze studie een baanbrekend nieuw perspectief op, zoals Damgaard het samenvat: “Vroeger was het als zoeken naar een speld in een hooiberg. In plaats daarvan hebben we onderzocht of iets binnen de bacteriën, namely virussen, kan helpen het verschil te verklaren.”
De publicatie van deze bevindingen in Communications Medicine markeert een stap vooruit in het begrip van de complexe interacties in het menselijk lichaam. Dit onderzoek vertegenwoordigt een belangrijke voortgang in de wetenschap en opent nieuwe deuren voor diagnostische en therapeutische vernieuwingen in de strijd tegen colorectale kanker.