259.000 km² nieuw bos aangelegd. De bosbedekking steeg van ongeveer 10% in 1949 naar zo’n 25% nu. De grootste veranderingen vonden plaats tussen 2001 en 2020, waarna onderzoekers nauwkeurig hebben gekeken naar de effecten op de watercyclus. Ongeveer 74% van het Chinese grondgebied werd beïnvloed door verschuivingen in waterverdeling, met flinke gevolgen voor lokale ecosystemen en gemeenschappen.Teams van onder andere de China Agricultural University, Tianjin University en Utrecht University vonden dat de uitbreiding van bossen, vooral in het vochtige oosten en het droge noordwesten, leidde tot een hogere evapotranspiratie (verdamping plus plantentranspiratie) van ongeveer 1,7 mm per jaar en een toename van neerslag met ongeveer 1,2 mm per jaar. Ondanks deze cijfers bleef de totale waterbeschikbaarheid achter.
Wat er precies gebeurt
Een belangrijk punt in het onderzoek is dat nieuwe bosgebieden als soort “reuzenpompen” werken. Diepgewortelde bomen halen water uit de bodem en geven het als damp terug aan de lucht, waardoor vochtige luchtstromen ontstaan. Dit koelt het oppervlak en kan vocht naar drogere gebieden brengen, zoals het Tibetaanse Plateau. Die plekken kunnen daardoor soms meer zoetwater ontvangen, terwijl boeren en stadsbewoners elders met minder water zitten.
De lokale gevolgen zijn duidelijk zichtbaar. Waar vroeger waterputten het droge seizoen doorkwamen, staan ze nu vaker laag, met stijgende kosten voor irrigatie als gevolg. Het tekort raakt niet alleen huishoudens, maar ook de landbouw, en dat duwt de elektriciteitskosten voor pompen omhoog.
De Drie-Noorden Shelterbelt en de bredere gevolgen
Het Three North Shelterbelt Project, beter bekend als de Grote Groene Muur van China, had als doel stofstormen te stoppen en landbouwgrond te beschermen. Op die doelen scoorde het project redelijk goed, maar het bracht ook ecologische problemen met zich mee. Het planten van snelgroeiende, veel water vragende soorten zoals populieren put lokale watervoorraden uit. Critici wijzen erop dat zulke aanplantingen vaak meer op monocultuurplantages lijken dan op echt ecologisch herstel.
Andere studies in noordwest-China laten vergelijkbare uitkomsten zien. Groen aanplanten in die regio, vaak door bossen en schuilbossen te planten, hangt samen met dalende grondwatervoorraden. Diepwortelende bomen en dichte beplantingen verstoren de natuurlijke balans van ecosystemen.
Wat we ervan kunnen leren en aanbevelingen
De studie benadrukt dat herbeplantingsprojecten geïntegreerd moeten worden aangepakt. Aanbevelingen zijn onder meer om inheemse en aangepaste soorten te kiezen, bestaande vegetatie te beschermen en uit te breiden, en hydrologische modellen te gebruiken om mogelijke effecten op grondwater en neerslag te voorspellen. Ook wordt aangeraden om lokale gemeenschappen erbij te betrekken, omdat zij vaak veel weten over rivieren en putten.
De initiatieven rond de Grote Groene Muur van China en het Great Green Wall-project in Afrika delen de ambitie om woestijnvorming te bestrijden, maar ervaringen in zowel China als Algerije laten zien dat beleid nu scherper kijkt naar lokale en ecologische omstandigheden in plaats van standaardoplossingen. Voorbeelden van aanpassingen zijn geassisteerde natuurlijke regeneratie en kleinschalige agroforestry.
De boodschap is helder: duurzaam herstel vraagt zorgvuldige planning, met respect voor lokale klimaatomstandigheden en de watercyclus. Alleen dan kunnen zulke ecologische projecten echt helpen tegen woestijnvorming en ondersteuning bieden aan gemeenschappen.