Een vondst die vragen opriep in de Grotta del Romito
De Grotta del Romito geeft een zeldzaam beeld van het leven van jagers-verzamelaars die de regio bewoonden van 25.000 tot 6.000 jaar geleden. Midden in die context stuiten onderzoekers op twee individuen, Romito 1 en Romito 2, wier skeletten in een innige omhelzing zijn aangetroffen. Wat de vondst extra bijzonder maakt, is het fysieke kenmerk van Romito 2: extreem korte ledematen, iets waar archeologen sinds de ontdekking in 1963 mee hebben geworsteld.
Paleogenomica, de studie van oud DNA, heeft recent nieuw licht geworpen op dit prehistorische raadsel dankzij digitale reconstructie. Uit het slaapbeen van Romito 2 kon DNA worden gehaald, wat verrassende informatie opleverde over hun genetische achtergrond en familieband.
Wat de genetica en medische analyse ons vertellen
Met moderne DNA-analyse is vastgesteld dat Romito 1 en Romito 2 eerstegraads verwanten waren, waarschijnlijk moeder en dochter. Beide waren vrouwelijk, en Romito 2 was in de adolescentie of iets ouder (wat het overlevingsbeeld verduidelijkt). De analyses tonen aan dat Romito 2 leed aan acromesomelische dysplasie type Maroteaux, een zeldzame aandoening veroorzaakt door een homozygote mutatie in het NPR2-gen. Dit gen speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van botten, en bij Romito 2 leidde de mutatie tot een lichaamslengte van ongeveer 110 cm met zeer korte ledematen.
Romito 1, de vermoedelijke moeder, droeg een ‘verzwakte’ vorm van dezelfde mutatie, wat haar relatief korte postuur van 145 cm verklaart zonder dat ze de ernstige symptomen van de aandoening ontwikkelde. De genetische bevindingen zijn gepubliceerd in het New England Journal of Medicine (NEJM). Hoofdauteurs zijn Alfredo Coppa van de Sapienza Universiteit van Rome, Ron Pinhasi van de Universiteit van Wenen en Adrian Daly van het Universitair Ziekenhuis van Luik.
Wat dit zegt over het sociale leven
De uitkomsten gaan verder dan alleen medische gegevens. Dat Romito 2, ondanks de zware motorische beperkingen, de adolescentie bereikte, wijst erop dat ze binnen haar groep zorg en steun kreeg. Zoals antropoloog Alfredo Coppa opmerkt: “Haar overleving zou constante steun van de groep hebben vereist, van voedsel tot mobiliteit, in een vijandige omgeving.” De omarming kan zo gelezen worden als een teken van liefde en solidariteit binnen die gemeenschap.
Terugkijken naar een verre tijd
Het oplossen van deze cold case, die teruggaat tot 1963, laat zien hoe moderne methodes zoals paleogenomica ons helpen de mysteries van lang geleden te begrijpen. De vondst van Romito 1 en Romito 2 biedt niet alleen inzicht in oude genetische aandoeningen, maar ook in de leefomstandigheden en sociale structuren van oude beschavingen. Het onderzoek zet aan tot nadenken over hoe zorg en saamhorigheid al vanaf de vroegste tijden een rol speelden in het menselijk bestaan.